Direct naar de contentDirect naar de footer

Gemiddeld beheert een accountant in Vlaanderen 52,8 dossiers. Intuïtief verwacht je dan één ding: hoe hoger de automatisatiegraad van een kantoor, hoe meer dossiers een medewerker kan dragen. Minder manueel werk, minder dubbel werk, meer capaciteit… toch?

De Accountancy KPI Barometer* toont precies het omgekeerde. Naarmate de automatisatie-index stijgt, daalt het aantal dossiers per FTE. En dat is geen slecht nieuws. Integendeel: het vertelt iets belangrijks over wat “digitale maturiteit” écht betekent in 2026.

*De Accountancy KPI Barometer is een grootschalig, datagedreven onderzoek bij 169 unieke Vlaamse accountantskantoren. Het rapport laat zien hoe het Vlaamse accountantskantoor er vandaag écht voor staat en is een praktische reality check voor iedereen die een kantoor leidt of wil laten groeien.

Automatisatie maakt je niet sneller. Het maakt je slimmer

West‑Vlaanderen en Antwerpen registreren de hoogste automatisatiegraad, maar hebben tegelijk de laagste dossierlast per medewerker. Dat lijkt paradoxaal, tot je kijkt naar wat automatisatie in de praktijk doet.

Want automatisatie is zelden het einddoel. Het is een middel om anders te werken: met meer controle, meer rust en meer kwaliteit. En dat zie je terug in de drie meest logische verklaringen die de barometer naar voren schuift.

1) Tijd voor advies: minder verwerking, meer waarde

Wanneer automatisatie het repetitieve werk wegneemt, ontstaat er ruimte. Niet om “nog meer” dossiers op hetzelfde tempo te beheren, maar om beter werk te leveren. Denk aan extra controles, heldere communicatie, proactief meedenken en diepgaander klantencontact.

Dat is ook waar veel kantoren naartoe willen: weg van louter verwerking, richting advies en kwaliteit. In dat scenario wordt “meer dossiers per FTE” niet langer de heilige graal. De echte winst zit dan in: meer waarde per dossier, minder fouten en minder correctiewerk achteraf.

Met andere woorden: automatisatie creëert marge. Digitale koplopers gebruiken die vrijgekomen ruimte niet alleen om hun dienstverlening naar een hoger niveau te tillen, maar ook om hun team anders samen te stellen. Naast klassieke accountancyprofielen ontstaat er vaker ruimte voor nieuwe expertise, bijvoorbeeld op het vlak van marketing, klantcommunicatie, procesoptimalisatie of adviesverlening.

2) Complexere dossiers: mogelijke verklaring voor lagere dossiers per FTE?

Bij digitale koplopers zien we dat het aantal dossiers per FTE lager kan liggen dan verwacht. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien contra-intuïtief: wie sterker automatiseert, zou in theorie meer dossiers per medewerker moeten kunnen verwerken. Toch hoeft een lager aantal dossiers per FTE niet automatisch te betekenen dat een kantoor minder efficiënt werkt.

Een mogelijke verklaring is dat digitale koplopers vaker andere types dossiers aantrekken of bewust aannemen. Niet noodzakelijk omdat alleen zij complexe klanten bedienen - ook minder gedigitaliseerde kantoren kunnen uiteraard complexe dossiers hebben - maar omdat een sterker geautomatiseerde werking meer ruimte kan creëren voor klanten met hogere verwachtingen, meer adviesnoden of complexere structuren.

Daarom wordt de vergelijking “dossiers per FTE” tricky. Niet elk dossier weegt even zwaar. Vijftig kleine, sterk gestandaardiseerde dossiers zijn iets anders dan vijftig dossiers met meerdere entiteiten, veel uitzonderingen, intensieve klantvragen of een grotere nood aan controle en advies.

De vraag is dus: zien we bij digitale koplopers echt een lagere efficiëntie, of verschuift de aard van hun dossiers? De daling in dossiers per FTE kan mogelijk wijzen op een bredere strategische shift: minder focus op volume alleen, en meer op kwaliteit, complexiteit en toegevoegde waarde.

3) Retentie en werkbaarheid

De derde verklaring raakt aan iets dat steeds belangrijker wordt: retentie. Kantoren met een hoge automatisatiegraad gebruiken de efficiëntiewinst bewust om de work‑life balans van medewerkers te beschermen en burn-outs te voorkomen.

Dat sluit aan bij een bredere trend die we doorheen de barometer zien: er is veel ambitie en goodwill in de markt. Kantoren willen vooruit. Maar de meest toekomstgerichte kantoren beseffen ook dat groei pas duurzaam is als het werkbaar blijft voor het team.

En hier komt een herkenbare les terug uit de eerdere inzichten: wat je meet en opvolgt bij klanten, moet je ook intern ernstig nemen. Je kan perfect streven naar topservice, maar als je organisatie structureel te strak staat, betaal je die service vroeg of laat met verloop, stress en kwaliteitsverlies.

Efficiënter werken is dus niet alleen een “omzetverhaal”. Het is ook een “people-verhaal”.

Stuur op kwaliteit, niet op buikgevoel

Dossiers per FTE is één indicator, maar pas echt waardevol als je die combineert met andere signalen: automatisatiegraad, complexiteit, klanttevredenheid en teamwerkbaarheid.

De digitale koplopers tonen dat “minder dossiers per FTE” perfect kan betekenen: meer kwaliteit, meer advies en meer duurzame groei. Niet harder gaan, maar slimmer sturen.

Benieuwd hoe jouw kantoor scoort tegenover de markt?